Fiasco voor Zeeuwse exploitatie badstrand Zandvoort

Header alternatieve tekst

Een veelzijdig zakenman uit Middelburg tekende in 1881 voor de exploitatie van een nieuw badstrand bij Zandvoort. Wat een 'booming business’ had moeten worden, liep echter uit op een fiasco.

Gerard Alberts (1835-1908) was directeur van Houthandel Alberts & Co te Middelburg. Als aannemer was hij betrokken geweest bij de aanleg van de spoorlijn van Roosendaal naar Goes en de bouw van de sluis in het Kanaal door Walcheren te Veere. Omstreeks 1880 werd Alberts’ interesse gewekt door de ontwikkeling van een nieuw badstrand bij Zandvoort.
Reclame voor de stoomhoutzagerij van Houthandel Alberts te Middelburg

Reclameplaat voor de stoomhoutzagerij van Houthandel Alberts te Middelburg. Steendruk door Gustave Amand (1833-1897), Amsterdam. Zeeuws Archief, Zelandia Illustrata II-795.

Zandvoort met badstrand in de Baedeker reisgids uit 1905

Badstrand Zandvoort

Het nieuwe zeebad Zandvoort, ook wel Nieuw-Zandvoort genaamd, werd iets ten noorden van het dorp gepland. Dat viel niet toevallig samen met de aanleg van de spoorlijn Haarlem-Zandvoort die badgasten voortaan in 15 minuten naar het strand moest brengen. Tot dan toe werd de reis met een paardentram of koets gemaakt.

De spoorlijn werd uiteindelijk financieel mogelijk gemaakt door Duitse bankiers met belangen in de ontwikkeling van de badplaats. Heel veel gebouwen stonden op stapel. Tussen het treinstation en het strand werden een hypermoderne winkelpassage en een Kurhaus (ook wel Kursaal of Kurhotel) gepland. Alberts interesseerde zich in de exploitatie van dit strand, pal voor het Kurhaus.

Samen met medefirmanten C.M. Ghijsen, tevens directeur bij de houthandel, en de Belgische zakenman J. Ackermans Roger inspecteerde Alberts in januari 1881 het strand in Nieuw-Zandvoort. Na nog een oriënterend bezoek aan de Belgische badplaats Oostende, waar Ackermans Roger 17 jaar had gewerkt als directeur van de baden, tekende Alberts een contract.

Kaart uit de Baedeker reisgids van 1905. Ten noorden van het dorp Zandvoort liggen badstrand, Kurhaus en treinstation.

Advertentie voor baden in Zandvoort door Alberts & Co. Nieuws van den Dag, 16 juni 1881.

Badstrand Zandvoort met badkoetsen van Alberts. Noord-Hollands Archief 54007093_01

Exploitatie door Alberts

De nieuw opgericht Maatschap Alberts & Co verwierf de rechten voor de exploitatie van circa 1,5 kilometer strand en kocht het nodige badmaterieel in: badkoetsen, badkostuums, tenten en een schommel – genoeg om per dag 1000 tot 1500 personen een kaartje à 25 of 50 cent voor een zeebad te verkopen. Personeel werd geworven en een badadministratie opgezet. De ervaren J. Ackermans Roger kreeg de dagelijkse leiding. Voor het begin van het badseizoen op 1 juni 1881 was alles in gereedheid gebracht.

Een dag later, 2 juni 1881, werd de nieuwe spoorlijn feestelijk geopend. Ook de winkelpassage en het Kurhaus werden in gebruik genomen.

Advertentie voor baden in Zandvoort door Alberts & Co. Nieuws van den Dag, 16 juni 1881.

Badstrand Zandvoort met badkoetsen en ander strandmaterieel van Alberts & Co. Foto uit de jaren ’80 van de 19e eeuw. Noord-Hollands Archief 54007093_01.

Geen bad- maar een bouwplaats

Helaas waren de nieuwe badhotels en de villawijk voor de badgasten allesbehalve gereed. Tot overmaat van ramp liet het weer het afweten. Het stormde zelfs zo geweldig dat de bouw nog meer achterstand opliep. In 1881 verkocht Alberts geen 1000 kaartjes per dag, maar slechts 105 in de maand juli en 67 in augustus. Hoopvol keek hij uit naar het volgende badseizoen.

Het jaar 1882 bracht jammer genoeg geen verbetering. “Onze onderneming der Badplaats Zandvoort moet beschouwd worden als voorloopig mislukt”, aldus het jaarverslag van de Maatschap Alberts & Co.
In 1883 hield de Wereldtentoonstelling in Amsterdam veel bezoekers weg. Een onvoldane Alberts liet dat jaar vanuit zijn vakantiebestemming in de Belgische badplaats Blankenberge weten: “Het is hier zeer druk op de badplaats en het is te hoopen dat de gezellige geest die hier heerscht, zich ook naar Zandvoort verplaatst”.
Badstrand Zandvoort. Noord-Hollands Archief 559_03652

Badstrand Zandvoort met badkoetsen van Alberts & Co. Foto: P. Oosterhuis, augustus 1882. Noord-Hollands Archief 559_03652.

Badstrand in de verkoop

Ook de volgende jaren brachten frustrerende resultaten, waarna besloten werd de onderneming van de hand te doen. Maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zolang er zich geen koper meldde voor het badmaterieel hield Alberts de rechten over het strand. In totaal ging het om een bedrag van bijna 15.000 gulden voor:

  • 40 gewone badkoetsen
  • 10 dubbele badkoetsen
  • 50 kleine badkoetsen
  • 100 spiegels
  • 100 vlaggetjes
  • 100 kuipjes
  • 100 bankjes
  • 432 badkostuums voor heren
  • 250 badkostuums voor dames
  • 600 zwembroeken
  • 50 badmutsen
  • 12 paar badschoenen
  • 1000 Engelse handdoeken
  • 1300 linnen handdoeken
  • 92 strandstoelen
  • 200 gewone stoelen
  • 10 Scheveningse tenten
  • 6 Brusselse tenten
  • 6 Brusselse schutten
  • 1 kantoor
  • 2 paardenstallen
  • 1 schommel
  • 1 loods voor berging
  • 1 washok

Geen huurder geen badkoetsen

Om potentiële kopers te stimuleren, liet de Zeeuwse zakenman het gerucht verspreiden dat hij in 1886 zijn stranden niet zou openen. De hoteleigenaren raakten in paniek – zonder badkoets, badkostuum en badknecht kon geen enkele gast een zeebad nemen! Toen kopers het echter lieten afweten en ook de gemeente Zandvoort geen rol voor zich weggelegd zag, besloot Alberts daadwerkelijk de badkoetsen niet naar zee te brengen. Vijf badkoetsen kregen een nieuwe bestemming in Vlissingen.
Middelburgsche Courant, 21 juli 1886

Bericht in de Middelburgsche Courant, 21 juli 1886.

De daarop volgende jaren huurde de gemeente Zandvoort het badmaterieel voor 500 gulden. Uiteindelijk ging de gemeente in 1891 over tot aankoop van het badmaterieel.
Nieuws van den Dag, 17 juni 1887

Nieuws van den Dag, 17 juni 1887.

Jarenlange rechtzaken

Maar nog was het Zandvoortse avontuur voor Alberts niet ten einde. De gemeente kwam de overeenkomst niet na, waarna tot november 1894 rechtzaken volgden. Alberts werd echter keer op keer in het gelijk gesteld. In 1895 kon de Maatschap Alberts & Co. eindelijk worden ontbonden.

Het badstrand Zandvoort bleek voor alle betrokkenen een misère. Badgasten bleven weg, de gemeente ging onderuit en de ondernemers en investeerders haalden bakzeil. Voornaamste oorzaken waren de infrastructuur: dure treinritten, een grote afstand tussen station en dorp, een onbegaanbare weg, en de faciliteiten: dure hotels die qua comfort niet voldeden.

Het Zeeuws Archief beheert het Archief Houthandel Alberts, inclusief de Maatschap Alberts & Co ter exploitatie van baden te Zandvoort, inv.nrs 1089 t/m 1105.

Overige bronnen
Krantenbank Zeeland
Delpher
Brink, P.v.d., 'Vergelijkende badplaatspolitiek’ in: Pater, B.de, e.a., 'Koninginnen aan de Noordzee: Scheveningen, Oostende en de opkomst van de badcultuur rond 1900’(Hilversum 2013)

Tekst: Zeeuws Archief, Roosanne Goudbeek

Bookmark and Share